
Op 10 november schreef ik over een boek waar ik bij betrokken was namens de Historische Kring Menterwolde, er stonden een aantal foto’s van mijn hand in het boek en ik deed de verkoop. Maar er was één ding wat ik nog steeds niet had gedaan, ik had het boek nog niet gelezen. Het lag al weken op tafel, het was te zwaar om het in de hand te nemen vandaar dat het op tafel lag en ik zo nu en dan een stukje las. Maar nu werd het tijd om dit boek over mijn buurgemeente uit te lezen.
Ik ben geen Noordbroekster maar ben er wel erg goed bekend en er is een periode geweest dat ik er heel vaak kwam, de leukste discotheek zat er namelijk en daar was ik best vaak te vinden. Veel klasgenoten op de middelbare school kwamen er weg, dus ook vriendinnen.
Het boek Dӧrp van Worrelkopp’n vertelt de lokale geschiedenis van de landbouw rond de arbeiderswoningen in Noordbroek. In de uitgestrekte tuinen teelden families naast aardappelen ook wortelen die, dankzij de grondsoort, een unieke smaak hadden. Deze wortelen werden door vrouwen verkocht in omliggende dorpen en steden zoals Appingedam en Delfzijl. Zo ontstond de term “worrelkopp’n,” die een bijzondere cultuurhistorische waarde kreeg als symbool van de streek en haar tradities.
Maar je zit met verbazing te lezen, hoeveel winkeltjes er in het dorp waren, meerdere bakkers, schoenmakers, gelanterie winkels en wat al niet meer. Natuurlijk ook meerdere kroegen en stille knippen. In de tijd dat een auto nog een zeldzaam iets was, kocht men gewoon in eigen dorp en was er levendigheid in het dorp.
Wanneer ik de tijd zou bezitten om me nog meer in de geschiedenis te verdiepen dan zou ik graag nog eens zo’n boek maken over Zuidbroek. Twee bijna gelijkwaardige dorpen, maar met een totaal verschillende mentaliteit maar waarvan ik ook weet dat we hier meerdere bakkers hadden, schoenwinkels, kledingwinkels en weet ik veel wat nog meer. Oja en we heten hier geen Worrelkopp’n.