
In de aanloop van 80 jaar bevrijding zijn er allerlei evenementen, van exposities tot aan optochten. Mijn leven zal de komende maanden dus ook veel bestaan uit het bezoeken en meewerken aan bepaalde evenementen (hopelijk werkt mijn rug dan voldoende mee). Eén van de eerste dingen die ik bezocht is de solostory Het Hoge Nest.
Als schrijfster Roxane van Iperen samen met haar gezin een oude villa in de bossen van Naarden betrekt, weet ze niets van de geheime geschiedenis van dit huis. Pas tijdens de verbouwing ontdekt ze intrigerende sporen uit het verleden. Onder de houten vloeren en achter wandpanelen vindt Van Iperen schuilplaatsen en verzetskrantjes. Van Iperen begint aan een jarenlange zoektocht om een reconstructie te kunnen maken van die periode. Zo ontdekt ze dat op het dieptepunt van de oorlog ‘t Hooge Nest, dankzij twee Joodse zussen, een van de grootste onderduikadressen van Nederland is. Een veilige haven voor vele onderduikers, een doorvoerroute voor het verzet en een plek waar de cultuur rijkelijk bloeit.
De monoloog ‘t Hooge Nest wekt, 80 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, het verleden tot leven vanuit het heden. Met een zoektocht door het huis en daarmee door de geschiedenis van dit bijzondere gebouw en haar bewoners.
De voorstelling is de komende maanden te zien door geheel Nederland, waaronder voor mijn volgers uit het noorden, nog in Assen.